Wintertips kat

Brrr! De Nederlandse winter is weer gestart. Wij zetten de belangrijkste wintertips graag voor je op een rij, zo komt je kat goed beslagen ten ijs.

Volg ons op social

Ken jij deze wintertips al?

1. Winterjas

Zodra de lengte van de nachten toe- en de temperatuur afneemt, krijgen de meeste katten een wintervacht. Hoe dik die vacht wordt, dat hangt af van het ras van je kat en de streek waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Zo zal een Noorse boskat, die van nature in staat moet zijn de ijskoude Scandinavische winters te weerstaan, een dikkere wintervacht krijgen dan bijvoorbeeld een Siamees, een ras dat oorspronkelijk uit Thailand komt.

Aan het ontstaan van de wintervacht gaat in de meeste gevallen een ruiperiode vooraf, waarin je kat een deel van zijn zomervacht verliest zodat die plaats kan maken voor een warme winterjas. In het voorjaar volgt dan een stevige ruiperiode waarin de wintervacht wordt verruild voor een licht zomerjasje. Katten die veel buiten leven krijgen een beduidend dikkere wintervacht dan binnen­katten. Als het buiten kouder wordt, zie je vaak dat katten die wél zo’n dikke vacht krijgen, het heerlijk vinden om nog urenlang buiten te vertoeven. Terwijl katten die het met een dunnere vacht moeten doen, zich liever oprollen bij de kachel.

Katten met dikke jasjes

Katten die een dichte wintervacht krijgen, en dan met name de langharige en halflangharige rassen, hebben een dikke ondervacht. Die wollige ondervacht vormt als het ware het thermo-ondergoed van je kat. Het houdt de warmte vast en zorg ervoor dat de kat op temperatuur blijft. Nadeel van die onderwol is dat hij vrij gemakkelijk gaat klitten. Nou zul je een halflangharige of een langharige kat sowieso regelmatig moeten kammen, maar met name in de winter is het extra belangrijk om te voor­komen dat er klitten ontstaan in de vacht van je kat.

Katten met dunne jasjes

Er zijn ook kattenrassen die weinig of zelfs geen vacht hebben. Naaktkatten, katten met een dunne vacht, maar ook rex-katten (rassen met een gekrulde vacht), zullen sneller last hebben van de kou dan katten die wel getooid gaan met zo’n dikke winterjas. Dunbehaarde katten zullen er zomaar niet voor kiezen om op een koude winterdag lekker lang de hort op of de tuin in te gaan. Ook binnens­huis kunnen deze katten het echter koud krijgen. Heb jij een kat met weinig of geen vacht? Zorg er dan voor dat hij warme verstopplekjes heeft in huis. Leg dekentjes neer waar hij onder kan kruipen en zorg ervoor dat het binnenshuis niet te koud wordt.

2. Niet voor het donker thuis?

Gaat jouw kat in de winter naar buiten, komt hij ook op straat en is hij niet altijd voor het donker thuis? Dan is het verstandig om hem een reflecterend halsbandje om te doen. Een halsbandje met elastiek heeft de voor­keur, zodat je kat kan ontsnappen mocht hij of zij ergens achter blijven haken

3. Minder naar buiten: meer verveling

Een kat die naar buiten kan – of dat nu in alle vrijheid is, aan een lijntje, of in een ren of afgezette achtertuin – zal zich minder snel vervelen dan een kat die zijn dagen binnenshuis doorbrengt. In de winter, en zeker als het buiten erg koud is, zullen veel katten binnen blijven. Dan ligt het risico op de loer dat de kat zich gaat vervelen.

Om te voorkomen dat een binnenkat niets anders doet dan slapen, of wandelen van zijn mandje naar zijn voerbak en wellicht een keer een tripje naar de kattenbak, is het belangrijk ervoor te zorgen dat hij wat te doen heeft. Spelen is niet alleen voor kittens, maar ook voor volwassen katten superbelangrijk. Het zorgt ervoor dat je kat in conditie blijft en niet te dik wordt. Hij kan zijn natuurlijke (jacht)gedrag uitvoeren en natuurlijk is spelen ook gewoon hartstikke leuk. Niet alleen voor je kat, maar ook voor jou.

Werken voor je voer

Een goede manier om verveling te voorkomen is ervoor te zorgen dat je kat wat moet doen voor zijn voer. Als hij even moet zoeken of werken voordat hij zijn buikje vol kan eten, vergroot dat zijn motivatie om te spelen en te zoeken. Bied zijn voer aan in een brokjesbal, een snuffelmat of gewoon in een eierdoosje, zodat hij even moet snuffelen en zoeken. Ook kun je het voer op verschillende plekken in huis ‘verstoppen’ of eens een handje hardvoer door de keuken strooien zodat de kat ernaar op zoek kan.

4. Katten & kerstbomen

Omdat de combinatie kat en kerstboom niet altijd even geluk­kig is, kun je de kerstboom natuurlijk weglaten, maar daarmee haal je wel een stukje gezelligheid weg. Wanneer je ervoor zorgt dat je kerstboom stevig staat, je kiest voor kunststof versiering en voorkomt dat een drukke, speelse kat niet bij de boom kan als jij niet thuis bent, kun je een kerstboom in huis nemen. Soms is het dan verstandig om te kiezen voor een kunstboom, omdat veel katten een echte boom interessanter vinden dan een kunstboom. Een echte boom ruikt lekker en heeft een stam waar je kat aan kan krabben. Bovendien zal een lichte kunstboom minder schade aanrichten als hij omvalt. Ook bij katten komt wijsheid met de jaren; een jonge, speelse kat kan meer schade aanrichten dan een oudere kat die de kerstboom al kent.

5. Winterkost die niet voor de kat is

Kerstkransjes in de boom, een met noten gevul­de kalkoen met kerst en oliebollen met krenten met oud en nieuw. Er zijn voedingsstoffen die jij prima verdraagt, maar waaraan je kat kan overlijden. Omdat er best wat katten zijn die in principe alles wat ze zien op eetbaarheid willen testen, gebeurt het regelmatig dat katten juist met de feestdagen een vergiftiging oplopen.

Benieuwd welke voedingsmiddelen jouw kat wel én niet mag eten? Je leest het hier.

Wil je op de hoogte blijven van leuke winacties, interessante informatie over honden en katten en weetjes over onze brokken? Volg ons dan op Facebook en Instagram.